Thema14 taak 3

 0    26 speciālā zīme    nhhghbv
lejupielādēt mp3 Drukāt spēlēt pārbaudiet sevi
 
jautājums atbilde
Azie (zelfsatndignaamwoord): Azie is het grootste continent ter wereld
sākt mācīties
آسيا (اسم): آسيا هي أكبر قارة في العالم
De bloem (zelfstandignaamwoord): de bloemen staan in de tuin
sākt mācīties
الزهرة (اسم): الأزهار موجودة في الحديقة
Het bruidsboeket (Zelfstandignaamwoord): de bruid draagt een bruidsboeket
sākt mācīties
باقة العروس (اسم): تحمل العروس باقة زفافها
De foto (zelfstandignaamwoord): hij stuurde mij een foto
sākt mācīties
الصورة (اسم): أرسل لي صورة
De fotograaf (zelfstandignaamwoord): de fotograaf was op de bruiloft
sākt mācīties
المصور (اسم): كان المصور في حفل الزفاف
De gast (zelfstandignaamwoord): we hebben veel gasten op de bruiloft
sākt mācīties
الضيف (اسم): لدينا العديد من الضيوف في حفل الزفاف
te gast zijn (bij): ik ben te gast bij mijn oom
sākt mācīties
أن تكون ضيفًا (في): أنا ضيف في منزل عمي
hartstikke (bijwoord): dat id hartstikke leuk!, ik ben hartstikke moe, het ging hartstikke goed
sākt mācīties
كان ذلك رائعًا حقًا! أنا متعب جدًا، لقد سارت الأمور على ما يرام.
hopelijk (bijwoord): hopelijk komt hij morgen, hopelijk word het mooi weer, hopelijk slaag je voor het examen
sākt mācīties
نأمل (ظرف): نأمل أن يأتي غدًا، نأمل أن يكون الطقس جميلًا، نأمل أن تجتاز الامتحان
De huwelijksreis (zelfstandignaamwoord): ze gaan op huwelijksreis naar Italié, na de bruiloft vertrokken ze voor hun huwelijksreis
sākt mācīties
شهر العسل (اسم): يذهبان في شهر عسل إلى إيطاليا، بعد الزفاف غادرا لقضاء شهر العسل
nerveus (bijvoeglijk): ze is een beetje nerveus voor haar bruiloft,
sākt mācīties
متوترة (صفة): إنها متوترة قليلاً بشأن حفل زفافها،
niemand (voornaamwoord): nieman heeft het probleem voorzien, ik zie niemand
sākt mācīties
لا أحد (ضمير): لم يتوقع أحد المشكلة، لا أرى أحداً
De opa (zelfstandignaamwoord): de opa speelt met zijn kleinekinderen
sākt mācīties
الجد (اسم): الجد يلعب مع أحفاده
Papa (zelfstandignaamwoord): mijn papa leert mij fietse, de papa speelt met zijn kinderenn
sākt mācīties
بابا (اسم): والدي يعلمني ركوب الدراجة، الأب يلعب مع أطفاله
De pech (zelfstandignaamwoord): wat een pech!, hij had pech bij het examen, ik heb pech met mijn auto, we staan met pech langs de weg
sākt mācīties
سوء الحظ (اسم): يا له من سوء حظ!، لقد كان سيئ الحظ أثناء الامتحان، سيارتي سيئة الحظ، نحن عالقون على جانب الطريق
regelen (werkwoord): ik regel de afspraak, hij regelt de papieren, maak je geen zorgen, ik regel het, hij regelt de verwarming
sākt mācīties
يرتب (فعل): أنا أرتب الموعد، وهو يرتب الأوراق، لا تقلق، أنا أرتب الأمر، وهو يضبط التدفئة
Regenen (werkwoord): het regent veel in Nederland
sākt mācīties
تمطر (فعل): تمطر كثيراً في هولندا
De ring (zelfstandignaamwoord): ze draagt een ring, de ring van Amsterdam is druk, er zit ring aan de sleutel
sākt mācīties
الخاتم (اسم): هي ترتدي خاتمًا، الطريق الدائري لأمستردام مزدحم، يوجد حلقة على المفتاح
Het stadhuis (zelfstandignaamwoord): voor een nieuw paspoort moet je naar het stadhuis, de bruiloft vond plaats in het stadhuis, in het stadhuis regel je officiele documenten
sākt mācīties
مبنى البلدية (اسم): للحصول على جواز سفر جديد، يجب عليك الذهاب إلى مبنى البلدية، وأقيم حفل الزفاف في مبنى البلدية، وفي مبنى البلدية يتم ترتيب الوثائق الرسمية
De taart (zelfstandignaamwoord): ze bakt een taart,
sākt mācīties
الكعكة (اسم): هي تخبز كعكة،
De trouwjurk (zelfstandignaamwoord): de bruid draagt een trouwjurk, de trouwjurk pat perfect bij het bruidsboeket
sākt mācīties
فستان الزفاف (اسم): ترتدي العروس فستان زفاف، ويتناسب فستان الزفاف تمامًا مع باقة العروس.
Uitzoeken (scheidbaarwerkwoord): ik zoek het uit, de politie zoekt de zaak uit, zij zoekt een trouwjurk uit, zoek een cadeau uit
sākt mācīties
للاكتشاف (فعل منفصل): أكتشف، تكتشف الشرطة القضية، تختار فستان زفاف، تختار هدية
Vergeten (werkwoord): ik vergeet mijn sleutel
sākt mācīties
نسي (فعل): لقد نسيت مفتاحي
Versturen (werkwoord): ik verstuur een e-email, zij verstuurt een pakket,
sākt mācīties
أرسل (فعل): أرسل بريدًا إلكترونيًا، وهي ترسل طردًا،
Verwachten (werkwoord): ik verwacht regen, wij verwachten gasten
sākt mācīties
أتوقع (فعل): أتوقع المطر، نحن ننتظر ضيوفًا
zich herinneren (wederkerend): ik herinner me zijn naam, hij herinnert zich het ongeluk, dat herinnert mij aan mijn opa
sākt mācīties
أن أتذكر (فعل انعكاسي): أتذكر اسمه، وهو يتذكر الحادث، الذي يذكرني بجدي

Lai ievietotu komentāru, jums jāpiesakās.